nicoline@nicolinewissesmit.nl +31 (0)6 2122 7644

Erik van Ginkel: “Zekerheid? Maslow bedoelt geborgenheid.”

Reacties uitgeschakeld voor Erik van Ginkel: “Zekerheid? Maslow bedoelt geborgenheid.” Bevlogen en betrokken medewerkers, In gesprek

Een interview met Erik van Ginkel, zakelijk directeur Rijksmuseum, over ‘hart werken’. Een gesprek over flirten, vlinderen, zelfreflectie en het duiden van de behoeftepiramide van Maslow.

Verzonken in ons gesprek kijkt Erik van Ginkel plotseling op zijn telefoon om een notie van de tijd te krijgen. Dan legt hij zijn telefoon weer op de hoek van de tafel en duikt met zijn volledige aandacht terug het gesprek in. Zijn agenda laat het toe om nog even door te praten. Wijzend op de behoeftepiramide, die ik op tafel heb neergelegd, zegt hij: “Nu begrijp ik het pas. Met veiligheid bedoelt Maslow geborgenheid.” Het is één van de vele inzichten waarmee Erik me raakt. Stof die mij inspireert in mijn zoektocht naar werken vanuit het hart; naar liefde op de werkvloer.

Maslow à la Erik van Ginkel: van veiligheid naar geborgenheid in de motivatie theorie.

Onderlinge erkenning en waardering

Al snel blijkt dat Erik de middelste laag, die van verbinding, in samenhang met de omliggende lagen bekijkt. Het is onmiskenbaar de vierde laag die hem het meest intrigeert. Het lijkt alsof hij wil zeggen: “Als je uitgaat van het vervullen van de vierde laag, die van erkenning, dan neem je de verbinding, de middelste laag, automatisch mee.” Hij duidt het met een voorbeeld waarin collega’s elkaar zien en waarderen: “Laatst werd een beveiliger door een conservator voor iets bedankt. Uit een opmerking van mij maakte de beveiliger op dat ik het had meegekregen. Daarop wilde de beveiliger mij bijna weer bedanken.” Erik noemt het de momenten van erkenning voor elkaar; van links naar rechts en van beneden naar boven door de organisatie heen.

De wijze waarop Erik van Ginkel inzoomt op de vierde laag van de behoeftepiramide doet denken aan Maslow in omgekeerde volgorde: Maslow anno 2019. Niet langer is een dak boven ons hoofd vertrekpunt. Niet langer gaat het vervolgens om veiligheid en zekerheid – geborgenheid zoals Erik het noemt – om vanuit liefde de niveaus van zelfwaardering en -ontplooiing te bereiken. Anno 2019 werken en leven we in tegenovergestelde volgorde.

Blijf werken aan je relatie

Die erkenning voor elkaar sluit aan bij het project Rijkswerk dat enkele jaren geleden werd gestart. Een traject van circa twee jaar als antwoord op een tevredenheidsonderzoek onder medewerkers. Mensen kregen de kans om te klagen. Daarna werden ze uitgedaagd om dat wat niet werkt om te buigen naar iets positiefs. Het project maakte als snel de onderlinge afhankelijkheid duidelijk en het belang van blijven werken aan de relatie.

“Erkenning voor elkaar is essentieel. Daar ontstaat meerwaarde vanuit onderlinge samenhang.”

Erik noemt een conservator die zich realiseerde alleen bij de gratie van de faciliterende diensten succesvol te kunnen zijn. “Die erkenning voor elkaar is essentieel. Daar ontstaat meerwaarde vanuit onderlinge samenhang. Als iemand nu iets nieuws verzint, dan wordt er gekeken naar wat het voor andere afdelingen betekent. Zo bouwt men organisatie breed aan vernieuwing.” Als bijvangst constateert Erik dat men door oog te hebben voor de ander nieuwe kanten van elkaar leert kennen. Zo weet men nu dat die ene persoon achter de garderobe tevens marketeer is.

Hostmanship en eeuwig verliefd

Flirtschema: wellust - aantrekkingskracht - toewijding - afscheid

Naast de behoeftepiramide van Maslow ligt ook mijn flirtschema op tafel. Het is een afgeleide van de drie stadia van de liefdesbiochemie zoals onderzocht door Helen Fisher. Zelf heb ik daar een vierde stadium aan toegevoegd; de fase van afscheid. Een fase die wat mij betreft zowel in de romantische liefde als zakelijke sfeer aandacht verdient. Waar ik het schema gebruik voor alle vormen van communicatie, stelt Erik dat het wat bezoekers betreft steeds gaat over verliefdheid. “Bezoekers keer op keer het gevoel geven: ‘Hoera, ik mag weer.’” Erik noemt het ontsluiten van wel vier tot vijf verschillende verhalen per object als manier om de bezoeker steeds weer te verleiden. Tevens noemt hij de mens als belangrijk element. “Er is geen bezoekerspoortje, garderobe of kaartcontrole die niet bemand is.” Het past bij het principe van hostmanship waarbij het welkom doen voelen centraal staat. “Onze mensen vervullen daarin een sleutelrol. Techniek is enkel ondersteunend.”

Flirten, vlinders, verbintenis en loslaten

Het flirtschema spreekt Erik vooral aan op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie. Hij moedigt me aan om door te vragen over waar hij in het flirtschema zit. Met een knipoog naar zijn privéleven laat hij doorschemeren dat hij verliefdheid over het algemeen nogal weet te rekken. ‘Strechen’ noemt hij het. Zo ook nu. Niet eerder heeft hij zeven jaar op een plek gezeten. Hij is nog lang niet uitgevlinderd. Dat vlinderen heeft te maken met verliefd zijn; met het openstellen voor anderen, het ontdekken van nieuwe dingen en energie krijgen van wat je doet.

Vlinderen en verwonderen; je openstellen voor de ander, nieuwe dingen ontdekken en energie krijgen van wat je doet.

Op de vraag wanneer zijn tijd er op zit, antwoordt hij: “Als het niveau van zelfontplooiing is bereikt.” Dan besluit hij zelfontplooiing om te dopen naar zelfinzicht en zegt: “Het is tijd om te gaan als ik niet meer de beste voor de organisatie ben of als ik denk dat ik gelijk heb.” Dat zelfinzicht ziet hij het liefst ook door de organisatie heen. Mensen die zich van tijd tot tijd afvragen of het werk nog bij ze past. Die zichzelf de vraag durven te stellen waarom ze niet ergens anders werken. Dan geeft hij eerlijk toe dat hij als organisatie meer wil leren van exitinterviews. Dat de learnings nog niet altijd optimaal worden benut. Vanuit de constatering dat hij nadenkt over hoe mensen binnen de organisatie te laten groeien of te begeleiden naar een omgeving die beter bij ze past, vermoed ik dat het met die exitinterviews vast ook goedkomt.

Flirtschema hart werken in relatie tot arbeidsmarktcommunicatie

Van medewerker tot museumstuk

Recent werd de restauratie van de Nachtwacht aangekondigd. De restauratie vindt plaats daar waar het schilderij nu hangt. Erik: “Waar anders? Waar moeten we anders met de Nachtwacht heen? Bovendien wil je het de mensen niet onthouden.” Werken achter glas met bezoekers die je bewonderen, vergelijk ik met tot museumstuk gebombardeerde medewerkers. Mijn opmerking tovert kortstondig een glimlach op het gezicht van Erik. Hij begrijpt mijn noot, maar gaat er niet in mee. “Je bent als restaurator bij de geschiedenis. Je wordt onderdeel van die geschiedenis. Restauratoren mogen wat niemand anders mag. Ze mogen een werk aanraken. Door de restauratie in het oog van de bezoeker uit te voeren, kunnen ze dit laten zien. Ook dat is een vorm van waardering. Daarnaast sluit de restauratie aan bij onze filosofie. Alles wat wij doen, is voor het publiek.”

Belofte en belang

Ik heb al vaak belofte en belang onder de loep genomen. Het gesprek met Erik doet mij beseffen dat ik belang vaak onbewust lees als aandeelhoudersbelang. Maar bij het Rijksmuseum is er iets anders aan de hand. Hier gaat het niet om winst in centen. Ik heb duidelijk niet goed opgelet tijdens de lessen economie. Dan had ik wel geweten dat belang gaat om het streven van de onderneming. Soft is dat allesbehalve bij het Rijksmuseum. Alles gaat om conversie stelt Erik: “Niet alleen in omzet. Het kan ook gaan over verbeeldingskracht of maatschappelijke conversie. Dat cultuur bijdraagt aan betere mensen en daarmee een betere maatschappij.”

“Alles wat wij doen, is voor het publiek.”

Bezoekersaantallen tellen. Enerzijds daar het aantal bezoekers wordt gezien als draagvlak voor het werk. Anderzijds omdat bezoekers zorgen voor inkomsten om het werk te kunnen doen. Dat werk is synoniem aan de ambitie. Die ambitie of belang is de zorg voor de collectie. “De collectie van het Rijksmuseum is van ons allemaal. Als museum dienen we de collectie te behouden voor de generaties na ons. Het zorg dragen voor de collectie is ons werk. De belofte die wij maken is dat we de collectie aanbieden op zo’n manier dat je wordt geraakt. Dat je zegt: ‘Het Rijksmuseum dat moet je gezien hebben.’ Door het verbinden van mensen, kunst en geschiedenis.” Wederom proef ik de samenhang, de onderlinge verbinding, die zo typerend is voor hoe Erik naar de dingen kijkt.

Zie het profiel van Erik van Ginkel op de website van het Rijksmuseum voor meer informatie.  Dit interview maakt deel uit van de reeks ‘Hart werken’. In deze reeks onderzoekt Nicoline Wisse Smit of en hoe organisaties gebruikmaken van de middelste laag van de behoeftepiramide van Maslow; de laag van sociale behoefte zoals verbondenheid, vriendschap en liefde. De interviewreeks sluit aan bij Nicoline’s interesse in liefde op de werkvloer, fascinatie voor liefde in het algemeen en werk als communicatieadviseur. Het is haar missie om organisaties aan te moedigen gebruik te maken van dat waar we van nature zo goed in zijn; verbinding vanuit ons hart. Verbinding die bijdraagt aan bevlogen en betrokken medewerkers. Daarmee aan succes.