nicoline@nicolinewissesmit.nl +31 (0)6 2122 7644

Jitske Kramer – Jammen is samen repeteren op wie je bent

Reacties uitgeschakeld voor Jitske Kramer – Jammen is samen repeteren op wie je bent Heartbeat, In gesprek, Leiderschap, Organisatiecultuur, Verandermanagement

Een gesprek met Jitske Kramer, corporate antropoloog en eigenaar Human Dimensions, over ‘hart werken’. Een gesprek over verliefde organisaties, haar nieuwe boek ‘Jam Cultures’ en de noodzaak van ‘zinvolle ontmoetingen’.

Nadat ik Jitske Kramer op het podium in actie heb gezien, ben ik geraakt. Gevangen door haar kennis, de kracht die ze uitstraalt en de manier waarop ze het ingewikkelde tot inspiratie maakt. Roos, de rechterhand van Jitske, laat me weten dat de afspraak komt, maar dat die nog wel even laat wachten. Jitske heeft een volle agenda en is veel in het buitenland. Daar geeft ze lezingen over het activeren van organisaties om woest aantrekkelijk te zijn voor alle medewerkers, klanten, leveranciers en wie nog niet meer om hen heen. Tevens voert ze in het buitenland gesprekken met healers, leiders en vakgenoten om nieuwe bijzondere rituelen en alledaagse gespreksvormen te ontdekken. Kennis en kunde die bijdraagt aan haar werk om vreemd te maken wat vertrouwd is en vertrouwd wat vreemd is. Want dat is wat antropologen volgens haar doen om ruimte te creëren voor nieuwe manieren van kijken en handelen.

In de lezing die ik bijwoon, maakt Jitske gebruik van een tweedeling tussen power en love. Het doet me denken aan Rollo May die ‘liefde’ zonder ‘wil’ sentimenteel noemt en ‘wil’ zonder ‘liefde’ manipulatief. In de indeling neemt Jitske neurotransmitters mee. Endorfine en dopamine staan ingedeeld bij power. Beide transmitters gaan met verliefdheid gepaard. Aan de lovekant staan oxytocin en serotonin. Serotonin is een stofje dat net als endorfine en dopamine bij verliefdheid hoort. Oxytocin daarentegen, ook wel knuffelhormoon genoemd, komt in de fase van verbintenis voor. Het brengt me bij mijn eerste vraag. Daarbij haal ik het flirtschema; een weergave van de verschillende fases van romantische liefde en bruikbaar wanneer het aankomt op relaties, zoals klantenbinding en arbeidsmarktcommunicatie.

Hoe zie jij de relatie tussen power en love en het flirtschema?

Power x Love heeft te maken met verliefdheidsgevoel. Wederkerigheid speelt daarbij een belangrijke rol. Die wederkerigheid leidt tot zinvolle ontmoetingen. De leider in een tribe ontleent zijn privileges aan de zorg voor de tribe. Neem Theresa May – oeps, ik bedoel Moeder Theresa – niemand heeft er waarschijnlijk problemen mee als zij een miljoen casht. Dat komt doordat zij veel terugdoet. Ze geeft aan de groep waarvoor ze zorgt zoals een koning voor het volk zorgt. In organisaties zijn we geneigd te snijden in plaats van te zorgen. Dat is ‘niet goed gezorgd’. In een tribe zorgt de leider voor een safe zone. Die veilige ruimte zorgt dat iedereen zich kan laten horen. Mijn nieuwe boek over jammen speelt daarop in. Jammen is als verliefd worden. Vanuit volstrekte onzekerheid samenwerken. Vanuit de wetenschap – de zekerheid – dat we naar elkaar luisteren, vertrouwen dat we er samen uitkomen. Bij jammen is het essentieel dat iedereen zijn eigen geluid laat horen, anders wordt het saai. Bij jammen kun je niet herhalen en moet je erin knallen en improviseren. Als je gaat samenwerken, dan moet je door. Halverwege stop je niet. Backstage, wanneer eenmaal van het podium af, geef je elkaar als band heldere feedback. Op het podium ben je één. Jammen heeft te maken met de vraag of je de verbintenis durft aan te gaan. Jammen is repeteren op wie je bent. Dat repeteren op wie je bent zijn gesprekken. Gesprekken waarin je elkaar ontmoet; zinvolle ontmoetingen.”

Uhh, wat zijn zinvolle ontmoetingen?

“Na een lezing in Groningen kwam prof. dr. Hans van der Wiel naar mij toe. Hij zei dat mijn werk heel erg op zijn werk lijkt. Hij bleek sexuoloog en doelde op de as tussen intimiteit en passie. Mensen hebben behoefte aan intimiteit. Maar bij teveel intimiteit verstik je in veiligheid: ‘Hoezo ga je…? Dat zijn we toch niet?!’ Intimiteit ontstaat door risico te nemen. Intimiteit bouw je op zelfonthulling. Door je bloot te geven en eigen grenzen over te gaan. Die grens is essentieel. Anders bedwelm je onder de tirannie van de knusheid. Daar zit een paradox in. Je wilt veiligheid. En die veiligheid ontstaat juist door je grens te verkennen of over te gaan. Dat is eng. Wat als iemand je stom vindt doordat je laat zien wie je echt bent? Dat organisaties dol zijn op team-building sluit aan bij het over de grens heengaan. Dat doen ze door samen ‘spannende dingen’ te doen, in korte broek. De andere as gaat over passie. Die passie is de dopamine kant. Daar zit de spanning. Het in vuur en vlam staan. Ook die kant gaat over grenzen en grenzen verkennen.”

“Wat als iemand je stom vindt doordat je laat zien wie je echt bent?”

De uitleg van Jitske doet me denken aan het werk van psychotherapeut Esther Perel. Zij wijst op de gespannen voet tussen onze behoefte aan intimiteit en wilde ontdekkingen. Het beste maatjes-gevoel verstikt de erotische vitaliteit. Of zoals ze in een interview in het NRC zegt: “Vuur heeft zuurstof nodig.” Terwijl de woorden van Esther Perel door mijn hoofd flitsen, vervolgt Jitske: “Passie ontstaat wanneer je voor hetzelfde gaat, je spanning opzoekt. Een one night stand gaat over die kant van de passie. Bij passie gaat het erom elkaar in de ogen te kunnen kijken. Maar als jij je ware passie laat zien, heb je de kans dat iemand wegloopt. Daar zit ook de tirannie van de passie. Dat het alleen maar gaaf moet zijn, het ene toffe project na het andere. Het gaat om de balans. Wanneer passie en intimiteit samenkomen, ontstaan zinvolle ontmoetingen. Ontstaat een veilig team waarin mensen hun verantwoordelijkheid pakken. Flexibiliteit zit daarbij op de grenzen. Die flexibiliteit heeft enerzijds te maken met het stellen, het neerleggen, van grenzen en anderzijds met de bereidheid om nieuwe dingen te ontdekken en dus de grens op te zoeken.”

Hoe zie jij die zinvolle ontmoetingen tijdens de introductieperiode?

Ik licht mijn vraag toe. Deel dat er mijn inziens teveel organisaties zijn die niet optimaal gebruikmaken van de periode van verliefdheid, terwijl we juist wanneer we verliefd zijn meer dan ooit openstaan voor nieuwe ontdekkingen en dus ontwikkeling. De fase van verliefdheid vergelijk ik met de introductieperiode of proeftijd. Een periode waarin organisaties nieuwe medewerkers vertellen hoe ze het ‘moeten’ doen en voorbij gaan aan wat ze kunnen leren door vragen te stellen; door zich te verwonderen in de ander. Jitske: “De introductie gaat voor mij niet over de uitleg ‘dit is hoe we samenwerken’. De introductie gaat over wat vertrouwen betekent voor de ander en voor jezelf: waar ligt jouw grens, mijn grens en wat doen we op die grens. Goed communiceren is essentieel om op die grens goed te acteren. Gesprekken over wat is waardevol voor jou, voor mij, voor de organisatie. Zonder passie en zonder intimiteit heb je betekenisloze interactie.”

Hoe verhoudt die interactie zich tot de middelste laag van Maslow; de laag van de liefde?

“In de antropologie geloven we wel in Maslow, maar niet in de hiërarchie. Er is niemand die geen waardering of huis wil. Alleen maakt iedereen een andere top 5. Veel waarden, zoals respect, veiligheid, vertrouwen, zorg, macht, succes, zijn universeel. Niemand wil die waarden niet. Alleen wordt aan de verschillende waarden een andere weging toegekend. Ieder mens, iedere cultuur, heeft een andere top 5, daarin kunnen we erg verschillen. Ik sprak recent met iemand die in Nederland bezig is met de ontwikkeling van tiny houses off the grid vanuit de waarde om zelfvoorzienend te zijn. De persoon vertelde me vol trots dat ze een zusterorganisatie hadden opgeduikeld ver weg in Oost Rusland, een heel dorp dat daar off the grid leeft. Ik luister daar dan toch met gemengde gevoelens naar. Het idee om in de Nederlandse context bewust voor een tiny house te kiezen is echt heel anders dan in een gebied waar ze in feite nog nooit bij the grid zijn aangesloten! Off the gridin een  tiny house kun je daar dan ook armoede noemen… Wat je belangrijk vindt, welke waarden je centraal zet, heeft alles te maken met de culturele en historische context waarin een groep leeft.”

Hoe geef jij, als antropoloog, dan invulling aan die love & belonging?

“Dat vraagt voor mij om openheid. Met de angst dat je mij stom vindt en ik tegenval of dat je misschien wegloopt. Streven naar zinvolle ontmoetingen vraagt echte gesprekken en geeft daarmee ook het risico geen onderdeel meer te zijn van de tribe. Organisaties bouwen hele koffiecorners voor het echte gesprek. Maar helaas worden daar vaak ook heel veel slechte gesprekken gevoerd. We praten langs elkaar heen en zeggen net niet wat er eigenlijk gezegd moet worden. Love & belonging gaat over meedoen, meepraten en meebeslissen. Word je uitgenodigd om je stem te laten horen of lig je er al uit? En als je wordt uitgenodigd om je stem te laten horen, mag je dan ook meebeslissen? Of sta je op een feestje waar je wel mag luisteren naar de muziek, maar geen plaatje mag aanvragen, laat staan er zelf een op zetten? Sta je op een feestje waar als je gek doet op de dansvloer, je de volgende keer niet meer wordt uitgenodigd? Als je niet mag meedoen of meebeslissen, dan voelt dat weinig zinvol. Dat voelt als uitsluiting; als voor spek en bonen. Love & belonging gaat daarmee dus ook over macht en onmacht. Over besluitvorming en uitsluiting. Over wie erbij hoort en wie zeker niet.”

Hoe creëer je ruimte voor love & belonging?

“De leider is hierbij heel belangrijk. Zij, of hij, geeft het ritme van de tribe aan; hij is de drummer. Zo’n band bestaat uit verschillende tribale archetypen. De chief wordt omringd door sub-chiefs (voor het gewone dagdagelijkse in deelgebieden), magiërs (leiders van het buitengewone), jagers (zij die specials, nieuwe expertise en klanten binnenhalen), verzamelaars (zij die zorgen voor de basis) en elders (de wijzen op afstand zoals toezichthouders). Verzamelaars krijgen het minste applaus, maar zijn het belangrijkste. Zij weten alles van het kernproces en de klanten. De chief dient toe te zien op het geheel. Hoeft niet alles zelf te beslissen, maar moet er wel voor zorgen dat beslissingen genomen kunnen worden en ruzies uitgepraat. Dat vraagt om gespreid, of inclusief, leiderschap. Natuurlijk wil de chief zelf bijvoorbeeld ook wel eens jagen, dan is het belangrijk dat de groep als geheel het basis ritme blijft volgen. Maar als de chief enkel nog maar aan het jagen is, dan kan het ritme van de tribe verstoord worden. Hij dient zo nu en dan zelf duidelijk de chief rol te nemen, om het ritme te bepalen. Ooit zei ik tegen Roos: ‘Als ik er niet ben, dan sla jij de drum.’ Daarop antwoordde ze: ‘Ehm, nou, dan zet ik het bandje op om jouw ritme af te spelen. En als het bandje overslaat of er iets misgaat, dan geef ik je een seintje.’ Een paar maanden geleden was ik in Togo en ontmoette  ik een dorpschief. De eerste ontmoeting zag ik hem in zijn gewone kleding, voor zijn huis zitten. Hij nodige me uit voor een kopje thee. Al snel voerden we een diepzinnig gesprek. Hij nodigde me uit voor een officiële ontmoeting. De volgende dag, iedereen mooi aangekleed, de chief op een grote troon, veel toeters en bellen, maar geen ruimte meer voor een echt gesprek.

“Over Willem-Alexander zeggen we: ‘Hij is zo gewoon gebleven’, maar we willen ook weer niet dat hij te gewoon wordt.”

Belonging, of echt contact, komt voor mij veel meer tot stand in een oprecht gesprek dan in een ceremoniële ontmoeting. Beide situaties zijn nodig en goed en functioneel. Maar de ceremonie is frontstage en het informele gesprek was backstage. Het backstage contact is veel intiemer. Dat heb je in organisaties ook. En het is een ingewikkelde balans. Over Willem-Alexander zeggen we: ‘Hij is zo gewoon gebleven’, maar we willen ook weer niet dat hij te gewoon wordt. De chief mag niet te toenaderbaar zijn, dan ontbreekt de begrenzing en wordt het te intiem. Het gaat erom dat we elkaar ook als mens kunnen ontmoeten. Onze emotionele kant naast onze functieomschrijving. Naast de formele officiële momenten, die belangrijk zijn voor de ordening en statusverdelingen, ook de informele momenten met je collega’s en buren opzoeken. Dat is voor mij jammen, op die grenzen ontstaat inclusief leiderschap.”

Waarom zijn die zinvolle ontmoetingen noodzakelijker dan ooit?

“We zien wat er aan de hand is, bedenken hoe we het willen, dan wordt het spannend en komen in conflict, maar willen dat conflict niet. Neem zorginstellingen. Ik was laatst bij een zorginstelling die zelforganiserend wil werken. Er vond een transitie plaats en het lukte. Minder managers, meer focus op beslissingen nemen in de teams, meer coaching en luisteren naar elkaar. Toch was men niet tevreden. Teams deden teveel wat ze zelf wilden, hadden te weinig onderlinge afstemming… Of de nieuwe leidinggevenden dan ook waren geselecteerd om pittige gesprekken te voeren, conflicten uit te spreken? Nee. Flow krijg je pas als je zowel de love als de power durft in te zetten. Door oprechtheid en het uitspreken van je zorgen en wensen naar elkaar ontstaat intimiteit. Door risico aan te gaan. Door net niet teveel en net niet te weinig veiligheid. En passie vind je als je ook de verschillen durft aan te gaan. Verrassend genoeg staat dit in andere woorden heel mooi beschreven in het Agile Manifesto (een pact van de software industrie, red.).

“We hebben behoefte aan menselijke handen en voeten, maar ook aan garanties dat we de oplossing hebben. Echte gesprekken gaan echter niet over controle over de uitkomst. In een debat hoop je anderen te overtuigen dat ze na afloop ook vinden wat jij vindt; je gaat er gesloten in. Bij een dialoog weet je niet wat de uitkomst gaat zijn. Dat is als de enorme energie die bij verliefdheid loskomt; zou de ander ook op mij… Aan zulke creatie gesprekken hebben we behoefte. Gesprekken met aandacht, met lef en liefde, met risico, met verwarring, met niet weten en verwondering. Het wordt allemaal vaak te clean. In verzorgingshuizen bestellen mensen via een praatpaal hun eten, maar ze willen de kok spreken en zien. Aandacht is een diepmenselijke behoefte. Ook bij het kwijtraken, bij scheidingen, gaat het om aandacht; om echt contact. Verpleegkundigen hebben steeds minder tijd. De aandacht proberen we te vervangen met een app of praatpaal. Die beweging zie je overal in de maatschappij terug. Maar het is een ijdele hoop dat apps een gebrek aan tijd compenseren. Oplossingen hebben met mensen te maken. Creativiteit moet uit de mensen komen. We verlangen meer dan ooit naar het gesprek. Naar zinvolle ontmoetingen. Naar menselijk handelen en voelen.”

“Jammen heeft te maken met de vraag of je de verbintenis durft aan te gaan. Jammen is repeteren op wie je bent. Dat repeteren op wie je bent zijn gesprekken. Gesprekken waarin je elkaar ontmoet; zinvolle ontmoetingen.”

Jam Cultures, het nieuwe boek van Jitske Kramer over inclusie, macht en verschil, is vanaf 20 juni 2019 te koop. Klik hier om het te bestellen.

Dit interview maakt deel uit van de reeks ‘Hart werken’. In deze reeks onderzoekt Nicoline Wisse Smit of en hoe organisaties gebruikmaken van de middelste laag van de behoeftepiramide van Maslow; de laag van sociale behoefte zoals verbondenheid, vriendschap en liefde. De interviewreeks sluit aan bij Nicoline’s interesse in liefde op de werkvloer, fascinatie voor liefde in het algemeen en werk als communicatieadviseur. Het is haar missie om organisaties aan te moedigen meer gebruik te maken van dat waar we van nature zo goed in zijn; verbinding vanuit ons hart. Verbinding die bijdraagt aan bevlogen en betrokken medewerkers. Daarmee aan succes.